Mensen vragen mij wel eens wat ik zelf heb meegemaakt aan wonderlijkheden. Ik vind het leuk om daar de komende tijd in mijn blogs iets over te delen. Over momenten waarvan je denkt: “Huh, hoe dan?!“
Zo reed ik jaren geleden over een boeren landweggetje. Zo’n smal bochtig weggetje tussen de weilanden door. Het was ’s avonds laat en donker. Geen lantaarnpaal te bekennen in het boerenland. Ik moet met mijn aandacht en gedachten afgedwaald zijn. Ineens voelde ik dat er een krachtige ruk aan het stuur werd gegeven; een ruk naar rechts. Ik schrok daardoor op uit mijn afwezigheid en was er weer helemaal bij. Met verhoogde hartslag en versnelde ademhaling. Ik dacht direct: “Wat was dat nu?!” Ik had mijn beide handen aan het stuur, maar ik weet 100 procent zeker dat ík niet diegene was die een stevige ruk aan het stuur had gegeven. Maar wie of wat dan wel?
Vervolgens keek ik naar links en drong het tot mij door: als die ruk niet aan mijn stuur was gegeven, was ik rechtdoor gereden … huppakee, een slootje in. Wat was ik blij met dit engeltje op mijn schouder!
